De chinese vechtkunst hebben een lange geschiedenis.
De beginselen bestonden al enkele duizenden jaren
voor onze jaartelling. In de loop van de tijd is de
vechtkunst aangepast, uitgebreid en verbeterd. De
ontstaansgeschiedenis van de chinese vechtkunst is
echter erg onduidelijk. Er is in de loop van de eeuwen
niet veel opgeschreven over de chinese vechtkunst. Tot
de twintigste eeuw zijn er geen pogingen gedaan om
zaken goed vast te leggen voor het nageslacht.
Vermeldingen over de vechtkunst in geschiedkundige
verslagen zijn klein van aantal en lang niet altijd goed
gedetailleerd. De informatie is dus voornamelijk
mondeling doorgegeven. Door de eeuwen heen is deze
informatie vertroebelt door verzinsels, leugens,
overdrijvingen etc.
De meest gebruikte "legende", die gebruikt wordt als
onstaansgeschiedenis is de volgende.
Een indiase monnik Bodhidharma(Ta mo) kwam naar China en introduceerde
daar het Zenboeddhisme. Uiteindelijk kwam hij aan bij de Shaolin(=Sao lim= Siu
lam) tempel. Daar begon hij de monniken oefeningen te leren om, naast het
vele mediteren, gezond te blijven en om zich te kunnen verdedigen. Uit deze
oefeningen ontwikkelden de monniken een vechtkunst, het Shaolin Kung Fu. Na
de vernietiging van de tempel bleven er vijf monniken over die daarna de
vechtkunst over het land verspreidden.
Dat is in het kort de legende waarover men meestal leest.
Vechsporten bestonden al voor de Shaolin Tempel en ten tijde van de tempel werd het ook buiten de tempel al beoefend. Mensen moesten
zich immers verdedigen tegen anderen met slechte bedoelingen. In de loop van tijd zijn deze methodes verfijnt en verspreid over heel
China. Het leger heeft hierin een grote rol in gespeeld. Door de populariteit van de verhalen rond Shaolin probeerde men vaak een link te
leggen naar de tempel. Om zo een graantje mee te pikken van deze "hype". Vandaar dat in legendes en namen van stijlen vaak het woord
Shaolin voorkomt.